Een onverwachte ontmoeting
Het is een gure nacht, de neveldamp hangt over de stad en het omringende water. De kerkklok slaat in de verte. Ik ben zo in gedachten verzonken dat ik niet hoor hoeveel slagen hij maakt. Mijn hakken tikken op de oude straatstenen en mijn adem maakt kleine wolkjes die voor me uitdrijven. Ik trek mijn trenchcoat nog iets steviger dicht om mijn middel en duik verder weg in mijn wollen sjaal. Nog 1 hoek om en dan ben ik thuis. Vanuit de straat zie ik licht branden op de bovenverdieping. Ik steek de sleutel in het slot en stap de schemerige gang binnen. Ik schop mijn schoenen uit en loop op kousenvoeten naar binnen. In de keuken doe ik het licht aan. Ik kijk door de halfgesloten gordijnen naar buiten en zie de volle maan. Voorzichtig pak ik een wit kopje uit het bovenste keukenkastje. Net voordat ik de kraan open wil draaien valt mijn oog op de vaat die in de gootsteen staat. Daar staan twee dezelfde witte kopjes. Op zich niets bijzonders ware het niet dat er iets is waardoor mijn adem stokt. Op het linker kopje is onmiskenbaar een rode lippenstiftafdruk te zien. Een songtekst, ben vergeten van wie, schiet opeens door me hoofd, "zeg me dat het niet zo is, zeg me dat het niet zo is,zeg me dat het niet waar is"....
Ik sprint naar boven en neem de trap met twee treden tegelijkertijd. Het is een wonder dat ik niet val, al scheelt het niet veel. Met bonzend hart loop ik over de gang. Met een flinke ruk trek ik de slaapkamerdeur open. Het eerste wat ik zie zijn de opengesperde, verbaasde ogen van Luca. Dan pas zie ik op de sofa in de hoek een meisje zitten. Ze heeft een schooluniform aan met glanzende rijglaarzen en kijkt me recht in mijn ogen aan. Er is iets in haar ogen wat mij verwart, ik graaf in mijn geheugen. Waar had ik haar eerder gezien? Snel kijk ik weer naar Luca in de hoop iets in zijn blik te kunnen ontdekken. “Sofia’’, zegt hij met trillende stem. ‘’Graag stel ik je voor aan je dochter’’.
P |